|
INLEIDING |
| OORSPRONG NAAM |
| DIRKS
is een patroniem afgeleid van de voornaam Dirk, verbogen met een –s
(is Dirkszoon). Dirk is ontstaan uit de van oorsprong Germaanse
persoonsnaam Diederik, met de betekenis “machtig of rijk onder het
volk”. Volgens het Nederlands Repertorium van Familienamen bedroeg het
aantal naamdragers bij de volkstelling van 1947 totaal : 1507. In de
provincie Limburg werden 294 naamdragers geteld en in de provincie
Zeeland, herkomst van de stamvader, slechts 10. |
|
|
| PLAATS VAN HERKOMST |
| De
stamvader van de familie Dirckx - Dirks - Dirkx, DIRCK ADRIAENSEN, werd rond
1602 waarschijnlijk in Bommenede (Schouwen-Duiveland) geboren, hij is er
zeker van afkomstig. Vóór 1627 vertrekt Dirck Adriaensen vanuit
Bommenede naar het nog jonge en voormalige vrije heerlijkheid Breskens
in West-Zeeuws-Vlaanderen, waar hij trouwt met ADRIAENKEN VERMEULEN. De
kinderen uit dit gezin krijgen allen de achternaam Dirckx. Rond 1755
gaat Marinus Dirks van Breskens naar het verderop gelegen Zuidzande
wonen. Hier wonen vervolgens vier generaties. Rond 1840 vertrekt Abraham
Dirks naar de provincie Limburg, destijds nog Hertogdom Limburg. Daar
vestigde hij zich in Roermond. |
| GELOOF |
| De
stamvader Dirck Adriaensen en zijn vrouw Adriaentje Vermeulen waren
Nederduits Gereformeerd. Zij trouwen in 1627 voor de kerk. De Zeeuwse
nakomelingen van hen werden voor het merendeel gedoopt binnen de
Nederduits Gereformeerde (dit werd later de Hervormde Gemeente) van Breskens en Zuidzande.
Als
in het midden van de negentiende eeuw Abraham Dirks, die geboren werd in
1813 en ook Nederlands Hervormd gedoopt was, naar Roermond vertrekt en
daar met de Rooms Katholieke Barbara Gitsels trouwt, heeft dat tot
gevolg dat de kinderen Rooms Katholiek gedoopt worden. Het Limburgse
nageslacht van dit echtpaar is tot op heden overwegend Rooms Katholiek
gebleven. |
| BEROEP |
| In
het algemeen is de familie Dirckx - Dirks - Dirkx, door de gehele periode van de
genealogie, een familie van arbeiders. In de vroegere jaren, de Zeeuwse
periode, zijn het voornamelijk landbouwers en -arbeiders. Het
voornaamste middel van bestaan in Zeeuws-Vlaanderen was tenslotte de
akkerbouw. In de oudste generaties bezaten diverse familieleden zelfs
een kleine of middelgrote hofstede. Een aantal kinderen uit de tak van
Jacob Dirckx, geboren in 1673, trouwden met vooraanstaande en
welgestelde boerenzonen en –dochters. Zijn zoon Adriaan werd in maart 1763 aangesteld tot burgemeester van de Vrije Heerlijkheid Breskens en hij bleef dat ambt uitoefenen tot aan zijn dood. Ook Adriaans zoon en kleinzoon werden schepen en burgemeester van Breskens. Er kwamen uiteraard ook veel ambachten voor, zoals die van vroedvrouw, wagenmaker en kleermaker. In de latere Limburgse periode komt het vak van kleermaker, schoenmaker en mijnwerker voor. In de moderne tijd zijn door de technische vooruitgang en de sociale en maatschappelijke voorzieningen de beroepen van uiteenlopende aard. |
| VERANTWOORDING |
|
Isaac
Adriaensen Dirckx (1664-1705), IIIe generatie, had een relatie met Janneke
Franse, een
dochter van Jacob Franse en Francijntje Schoonhaert. Uit deze relatie
werd in 1687 een buitenechtelijk kind geboren. Dit kind, een zoon, kreeg
de naam Isaac naar Isaac Adriaensen Dirckx, die volgens de moeder de
vader van het kind zou zijn. Deze zoon werd ook Isaac Dirckx Schoonhaert
genoemd. Het is echter biologisch niet meer te bewijzen dat het de
daadwerkelijk de zoon van Isaac Adriaensen is. De eerste drie generaties berusten derhalve op de verklaring van Janneke Franse
én op het feit dat aan het kind de naam Dirckx werd toegekend.
|